elektronische identificatie
De Chip
Identificatie
Met behulp van een chip - die ook wel transponder wordt genoemd- is een dier makkelijk te identificeren. Omdat deze vorm van identificatie door middel van elektronica tot stand komt, wordt ook wel gesproken van elektronische identificatie.
Andere vormen van identificatie van dieren zijn bijvoorbeeld de tatoeage en oormerken. Het tatoeëren van honden en katten in Nederland is niet meer toegestaan en ook over oormerken bij vee en hobbydieren is veel discussie gaande. De verwachting is dat ook deze te zijner tijd zullen worden verdrongen door de chip.
Elektronische identificatie bestaat uit 3 onderdelen:
- de chip (transponder)
- een afleesapparaat (reader)
- koppeling tussen het nummer en de gegevens van het dier en zijn eigenaar in een databank (registratie)
De ISO chip
Wat in de volksmond ‘de chip' genoemd wordt is eigenlijk het omhulsel: een buisje waarin zich een spoeltje en de eigenlijke chip bevindt. Op de chip is het wereldwijd unieke nummer van het dier vastgelegd. Vroeger was het buisje altijd van bioglas gemaakt, tegenwoordig bestaan er veiligere chips met een onbreekbaar omhulsel
(BioTec).
De chip wordt door middel van een injectiepen geïmplanteerd. Dit is niet meer dan een "prikje", dat bovendien slechts eenmaal in het hele leven behoeft te worden toegediend. Na het inbrengen merkt het huisdier niet dat hij of zij een chip draagt.
Het afleesapparaat
Om een in een dier aangebrachte chip te kunnen aflezen is een speciaal
afleesapparaat nodig. Zo'n afleesapparaat stuurt als het ware een berichtje naar de chip, die daardoor wordt geactiveerd en een antwoord terugstuurt. Dat antwoord bestaat uit een nummer dat op het afleesapparaat zichtbaar wordt. Het chipnummer hoort gekoppeld te worden aan de gegevens van het dier en zijn eigenaar. Deze koppeling oftewel ‘registratie' van de gegevens vindt plaats in de
databank.
Indien registratie van het chipnummer heeft plaatsgevonden is het dier dus te koppelen aan zijn eigenaar en staat de identiteit van het dier onomstotelijk vast. kunnen alle diersoorten worden geïdentificeerd door middel van een chip.
Welke dieren kunnen van een chip worden voorzien?
Eigenlijk kunnen alle diersoorten worden geïdentificeerd door middel van een chip. Er is geen dier te groot of te klein of er past wel een chip in. Zo worden in dierentuinen de dieren al jarenlang voorzien van een chip, zodat er geen onduidelijkheid bestaat over de identiteit, hetgeen van groot belang is voor (internationale) fokprogramma's, waarbij inteelt moet worden voorkomen. In Nederland is veel ervaring met het chippen van honden, katten, paarden en pony's, papegaaien, schildpadden, fretten, reptielen en KOI-karpers. Meer weten? Klik
hier.
Paarden en pony's
De chips waarmee paarden en pony"s worden geïdentificeerd is dezelfde chip als waarmee honden en katten worden gechipt. De Nederlandse overheid heeft gekozen voor een transponder die voorzien is van de landencode, dit om internationale traceerbaarheid van de in Nederland gechipte paarden te verbeteren. Het is verplicht je paard of pony (of andere paardachtige) te laten chippen, daarnaast is het verplicht voor deze dieren een zogenaamd paardenpaspoort aan te vragen. Meer weten? Klik
hier.
Met behulp van de chip is een huisdier dus te identificeren. Mits het chipnummer en de gegevens van het dier staan geregistreerd in een (goed bereikbare) databank. Zonder registratie is het chipnummer immers niets meer dan een loos nummer in het huisdier!!